Zowel offline als online! Ik blog nu op mijn eigen domein.
(klik!)
7.5.14
11.10.13
Verder komt Onbederf'lijk Vers eraan, woensdag 16 oktober vanaf 20.00 uur in Nijmegen. Je vindt mij dan in Brouwerscafé de Hemel, samen met Ingmar Heytze en Maarten Buser. Het wordt mooi, dat weet ik zeker, dus wees welkom. Ik hoop tegen die tijd ook weer iets van een stem te hebben, dat zou nog mooier zijn...
12.7.13
Veelgestelde vragen over verjaardagen
Waar
moet ik zitten?
Jij bent zo iemand voor wie mensen een stoel
gaan halen. Niet
dat je kreupel bent of zo, maar er is gewoon eigenlijk altijd wel iemand die
plotseling met een stoel aan komt zetten, die naast de zijne of hare plant en
er een uitnodigend klopje op geeft. En dan ga je daar toch maar weer zitten.
Wat moet ik zeggen?
Niet veel. Dat is juist het voordeel van mensen die een stoel voor
je gaan halen: meestal hebben ze reeds duidelijk voor ogen wat ze daarna met je
willen. Bijvoorbeeld je vragen welke smurf je het liefst zou willen zijn.
Potige smurf natuurlijk. Niet omdat hij sterk is, maar omdat hij een tatoeage
van een hartje op zijn arm heeft. Je vraagt: ‘En jij?’ en zie daar, een
gesprek. Waarschuwing: er is een geval bekend waarin de vragensteller Gargamel
wilde zijn.
‘Dat is niet eens een smurf.’
‘Baas boven baas.’
Je zou eventueel ook iets kunnen vertellen over je jeugd, toen je
van die dikke, zoete plakken kauwgom had waar een smurfenplakplaatje omheen
gevouwen zat. De kauwgom was niet eens lekker, maar dan liep je wel mooi rond
met een blauwe vlek op je hand die met een beetje fantasie voor een smurf door
kon gaan. En Gargamel zal er niet tussen hebben gezeten.
Wanneer kan ik weg?
Als Gargamel naar huis is. Of iemand anders. En dan minstens tien
minuten later. Eigenlijk moet je natuurlijk pas gaan als minstens twee personen
vertrokken zijn, anders valt het zo op dat je hebt zitten wachten op de eerste
die vertrok. Maar dat kan lang duren, zeker als iedereen het doet. Gelukkig
zijn de eersten soms een stel.
Hoe was het?
Een antwoord dat je beter niet kunt geven schijnt te zijn: ‘Wel
leuk, maar het zou nog leuker zijn geweest als ze me niet hadden uitgenodigd.’
Waarom heeft een
gebaksvorkje drie tanden en een gewone vork vier?
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………12.6.13
Waarom ik weinig blog #1
Omdat ik nooit groene
smoothies maak, en ook geen echte muesli eet met zemelen en biologische yoghurt
met allerhande noten. Ooit zwol mijn gezicht op een dag zomaar ineens op. We gooiden het op de nootjes die ik de dag ervoor op een
feestje had gegeten. Wat is het tegenovergestelde van opzwellen? Het ging in
ieder geval vanzelf weer weg. Sindsdien verkondig ik allergisch te zijn voor
hazelnoten, omdat ik die niet lekker vind.
Ik maak ook eigenlijk nooit
foto’s van mijn eten, en dat zou dan wel moeten. Eerst alle ingrediënten
uitstallen, ook de ingrediënten die eigenlijk niet uitgestald kunnen worden.
Een hoopje bloem bijvoorbeeld. En dan foto’s maken. Ik denk niet dat iemand zit te wachten op foto's van supermarktbrood met hagelslag.
Ik heb ook niet het goede
servies. Ik heb helemaal geen servies, mijn keukenkastjes bevatten toevallig
enige voorwerpen die van pas komen bij het eten en drinken. Ik kreeg voor mijn
verjaardag een snijplank van iemand die vond dat ik een nieuwe snijplank nodig
had. Nu gebruik ik ze maar om de beurt.
Ik heb ook geen moestuin. Ik
heb niet eens een tuin. En ook hier ontbreekt het dus weer aan foto’s, van de vergeten groenten die ik verbouw en de kippen
die ik van de slacht gered heb en het onkruid dat toevallig zo mooi bloeit. Bewerkt met Instagram, dat spreekt vanzelf.
Ik
heb een vensterbank, en sinds kort wat wortels in een waarschijnlijk veel te
klein potje. Wortelloof, vooralsnog. Wortelloof is volgens sommige mensen heel
gezond, je kunt er thee van zetten als je aften hebt. Je kunt er ongetwijfeld
ook thee van zetten als je geen aften hebt. Ik wantrouw mensen die overal maar
thee van zetten een beetje. ‘Paarden eten het, en moet je zien hoe sterk die
zijn!’ schreef iemand. Paarden eten wel meer. En ze stinken. Iemand anders
voegde enigszins dreigend aan zijn vraag toe: ‘Als niemand antwoordt, ga ik het
om vijf uur eten.’ Hij at het en vergeleek het enthousiast met peterselie.
Ik heb trouwens ook een basilicumplantje. Maar dat is het dan ook wel zo'n beetje.
24.3.13
Meander
Naar aanleiding van haar winst in de Meander Poëziewedstrijd, wijdt e-zine Meander een speciale aflevering aan Ellen van de Corput. Naast een interview met en gedichten van haar, koos zij werk uit van drie andere dichters. Ik voel me vereerd dat ik een van die dichters ben (samen met Roel Weerheijm en Meliza de Vries).
Haar mooie woorden over mijn werk luiden:
Het is altijd bewonderenswaardig wanneer iemand zowel poëzie als proza schrijft, en dat allebei goed doet. Haar gedichten hebben vaak ook iets prozaïsch; al lezende zie je verhalen en personages voor je. De originele, mooie zinnen die haar gedichten afsluiten maken dat je ze wilt herlezen.
Ironisch genoeg zijn mijn gedichten nog iets prozaïscher uitgevallen dan de bedoeling was: de witregels zijn weggevallen. Maar ik ben hoe dan ook blij met deze publicatie.
Je vindt het hele nummer hier. Inmiddels met witregels!
Haar mooie woorden over mijn werk luiden:
Het is altijd bewonderenswaardig wanneer iemand zowel poëzie als proza schrijft, en dat allebei goed doet. Haar gedichten hebben vaak ook iets prozaïsch; al lezende zie je verhalen en personages voor je. De originele, mooie zinnen die haar gedichten afsluiten maken dat je ze wilt herlezen.
Je vindt het hele nummer hier. Inmiddels met witregels!
9.3.13
Oud papier
Zomaar op straat. In een doos.
Het regende, dus het moest allemaal nogal snel.
Heb ik ook een keer iets gevonden. Er zijn van die
vrouwen, je weet wel, van die vrouwen die op rommelmarkten en in kringloopwinkels
echt dingen vinden. Ik niet. Ik zal wel altijd toevallig komen als die vrouwen
net geweest zijn. Of misschien heb ik zo veel ervaring met rotzooi dat ik de
rest niet meer zie.
Hoezo? Gewoon in kleur.
Nee, niet in zwart-wit.
Nee, ook niet in sepia. Dat zeg je ook alleen maar
omdat je dat een mooi woord vindt.
Ja, is het ook.
Je gaat je kind toch geen Sepia noemen? Sepia, eten!
Ja, het kán natuurlijk wel, maar –
Whatever.
Gewoon, zoals mijn eigen albums er ook uitzien.
Album, oké.
Het is wél een heel album. Het is alleen niet helemaal
vol.
Nóg niet. Ik ben toch nog niet dood, of wel soms?
Donkere bladen, met van dat spinnenwebpapier ertussen.
Of heet dat officieel niet zo? Ik noem het spinnenwebpapier.
Weet ik
niet, het is in ik-perspectief.
De
bijschriften.
Wist je dat
ze het papier waar slingers van gemaakt worden honingraatpapier noemen?
Er staan ook verjaardagen in, vandaar. Maar het houdt op na
een paar jaar. Geen idee waar de rest is.
Nee, eigenlijk
niet. Eerste hapjes, eerste stapjes, wat naaktfoto’s die in een andere context
voor kinderporno zouden doorgaan...
Ja, nou, het
is toch zo?
En de
Efteling. Ik ben aan het zoeken of ik mezelf ergens terugzie.
Dat zou toch
kunnen?
Wij gingen
heus ook wel eens naar de Efteling!
Goed, we
zijn één keer in de Efteling geweest met de groep. Toen klommen Davy en Caitlin
uit het karretje in die ene attractie.
Weet ik
niet. Met die houterig bewegende poppen en dat irritante muziekje.
Ja, ik snap
dat meerdere attracties aan die omschrijving voldoen.
In ieder
geval had die ene pop naderhand een arm minder. En Roberto flippen natuurlijk.
Of werkte Kevin er toen nog?
Misschien
staan die ook nog wel ergens op. Alleen zitten die foto’s niet in m’n album. Ik
zou ze erbij kunnen plakken.
Ik weet
niet, ik heb dat toch altijd meer iets voor moeders gevonden.
Ik ga ook
nog in mijn eigen album kijken of er mensen in staan die ik ken. Hierna.
Mensen die
ik toen nog niet kende en nu wel, bedoel ik.
Wat is daar
nou raar aan? Er staan veel vaker mensen op die ik niet ken dan mensen die ik
wel ken, dus wat dat betreft...
Het is een
soort Waar is Wally.
Van die
zoekplaatjes?
Je gaat je
kind toch geen Wally noemen?
Wally en
Sepia, eten!
Als het een
tweeling wordt!
Ik dis je niet!
Hoe bedoel je, waarschijnlijk waren ze aan het
verhuizen?
Je gunt het me gewoon niet!
Ja, ervaring wel natuurlijk. Maar wij kregen een
vuilniszak. Als we geluk hadden.
12.2.13
Nagenieten van Gedichtenbal
‘Heeft Tjitske Jansen nou dezelfde broek aan als ik?’
‘Ik heb een glas wijn omgegooid ter ere van jou.’
‘Nu zijn jullie gewoon weer je eigen leeftijd.’
‘Dit is Marleen.’
‘Had je een eigen kleedkamer?
‘Kijk jij eens of die broek aan de achterkant ook hetzelfde
is.’
‘Ja, dat weet ik, Marleen werkt bij Humanitas!’
‘Vind je haar nou goed?’
‘Zei hij nou Tsjaad? Volgens mij spreek je dat anders uit.’
‘Dit is Gina. Gina kan heel goed mensen introduceren.’
‘Nee, dat was op de hotelkamer.’
‘Nee, niet echt, maar wel heel sympathiek.’
‘Tsjaad, dat is toch een land? In Afrika? Bestaat dat eigenlijk
nog?’
‘Je hoort echt niks zonder koptelefoon, hè.’ (x 43)
Abonneren op:
Posts (Atom)