3.2.13

Turing Victim Fundraising Event II

Het was een uitermate droevige avond, vrijdag in Van Pampus. Er waren tissues en stemmige Irakese muziek. En vele getroffen dichters en meelevende fans uiteraard. Voor mij was het allemaal extra tragisch. Naast dat Marleen niet kon komen (ze moest andere zielige mensen helpen op de chat van Humanitas), werd ik vergeten door de organisatie. Ze dachten namelijk dat ene Nickie Theunissen en ik een en dezelfde persoon waren. Voor de goede orde: Nickie Theunissen is niet mijn alter ego, en ik niet dat van haar. Mocht ik ooit behoefte hebben aan een pseudoniem, dan zal ik heus iets kiezen dat minder op mijn eigen naam lijkt. En als mijn achternaam dan eindelijk een keer correct gespeld wordt, zonder die eeuwige h ertussen, kan het zomaar gebeuren dat ik een andere voornaam toebedeeld krijg.
Gelukkig mocht ik mijn gedicht 'Matata' alsnog voorlezen toen de verwarring eenmaal opgehelderd was. Daarna volgde een komische en chaotische veiling van de voorgedragen gedichten onder leiding van Anne Broeksma. 125 euro voor Stichting Lezen en Schrijven! Mijn handgeschreven gedicht 'met rand van kant' (eigenlijk gewoon gehaakt, maar hoe poëtisch) werd als eerste geveild en gekocht door de jongste dichteres van de avond. Ze was pas 13, dus ze mocht niet eens meedoen aan de Turingwedstrijd, ook bijzonder tragisch. 
Ik voelde me natuurlijk wel heel erg getroost door het feit dat mensen mijn gedicht konden waarderen. Ik heb het zelfs twee keer verkocht, aangezien het bod van de man naast mij verloren ging in het rumoer. Ik stuur hem nog een handgeschreven exemplaar.

30.1.13

Turing Victim Fundraising Event

Zoals ik al eerder schreef, zal ik woensdag 6 februari aanwezig zijn  op het Gedichtenbal in de Stadsschouwburg in Amsterdam, om voor te dragen bij Silent poetry en te genieten van alles wat er verder te zien en te doen is.   Ook de prijsuitreiking van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd zal die avond plaatsvinden, maar als afgevallen dichter heb ik daar natuurlijk niks te zoeken. Vandaar dat ik graag mijn medewerking verleen aan het Turing Victim Fundraising Event op vrijdag 1 februari in boekhandel Van Pampus in Amsterdam. Afgewezen gedichten van onder anderen Willem Thies, Alexis de Roode, Froukje van der Ploeg, Pim te Bokkel, Hanz Mirck, Floor Buschenhenke en Peter Knipmeijer zullen daar beweend, voorgedragen én geveild worden (ten behoeve van Stichting Lezen & Schrijven). Ook mijn ingezonden gedicht 'Matata' stel ik hiervoor beschikbaar. 'Iedereen is welkom om te komen luisteren, huilen en mee te bieden op afgewezen gedichten', aldus de organisatie. Kortom: het wordt gewoon veel leuker dan de officiële prijsuitreiking.


28.1.13

Buren

Gisteren was er een literaire middag van de Bibliotheek Eemland en Vlaams-Nederlands Huis deBuren, met optredens van o.a. Annelies Verbeke en Maud Vanhauwaert. Echt een middag voor mij, aangezien het veel ging over het onderscheid tussen proza en poëzie en dan vooral over of dat onderscheid wel bestaat. Daarnaast bleek ik de verhalenwedstrijd met het thema 'de buren' gewonnen te hebben (minideelnemersveld, maar toch! En Marleen was ook nog eens tweede. Het was 'een zeer goed geschreven, intrigerend verhaal met horror- en humorvolle elementen', aldus de jury.

Als professionele deadlineknuffelaar zond ik het verhaal pas op de laatste avond in, wat de vrij sneue titel verklaart (en ook dat het meer naar horror neigt dan aanvankelijk de bedoeling was...). Misschien doop ik het nog wel eens om. Misschien schrijf ik nog wel eens een vervolg, men was benieuwd naar het vervolg. De hoofdpersoon kwam in een ander verhaal ook al voor, misschien wordt het ooit een reeks, 'De vader van Boris', wie weet. In ieder geval, voor nu is hier:




Oog om oog

Als ze niet omlijst werd door de deurpost van nummer 16, zou ik de buurvrouw niet herkend hebben. Ik kan dus alleen maar hopen dat deze vrouw inderdaad mijn buurvrouw is, en niet een of andere sadist die juist toen ik aanbelde bezig was de oogbollen van mijn buurvrouw te doorboren met een kurkentrekker uit haar eigen keukenlade. Het woord buurvrouw smaakt naar tuinbonen en hondjes die in een mandje achter op de fiets gestopt worden, maar zoiets wens ik haar toch niet toe. Al ken ik haar dan niet.

Normaal gesproken zou ik dit dus nooit doen. Ik zou Esmee hebben gestuurd, Boris desnoods. Hoe ze keek als ik haar zoiets vroeg. Dat gebeurde vaak. Ik voel me alsof ik belletje heb getrokken en als enige niet op tijd ben weggerend. Het liefste zou ik dat nu alsnog doen, wegrennen. Alleen kan ik dan nog steeds mijn huis niet in. Dat is nu juist het punt. Ik heb mezelf buitengesloten. Natuurlijk had ik meerdere opties: in paniek raken, Esmee bellen, Esmee nog een keer bellen, nog meer in paniek raken... Esmee nam uiteraard niet op, maar net toen ik een serieuze poging wilde wagen me door het raampje van het toilet naar binnen te wurmen, herinnerde ik me dat ze een keer een reservesleutel aan de buurvrouw gegeven had.

Laat ik er vooralsnog maar even van uitgaan dat dit de buurvrouw is. Ik groet de buurvrouw. Kijk eens aan, zo moeilijk was dat toch niet?

‘Ja, het is allemaal heel erg, maar nee, ik geef geen geld,’ zegt de buurvrouw.
‘Wat is er erg?’ vraag ik, net voordat ze de deur voor mijn neus dicht wil gooien.
De deur gaat weer open. ‘Dat komt u me toch vertellen? Kanker, eenzame bejaarden, gehandicapte ezels, weet ik veel, al die collectes tegenwoordig.’
‘Ik kom niet collecteren.’
‘O, jezus, u bent toch niet een van die godsdienstfanaten? Daar moet ik niets van hebben, hoor. Ik zeg altijd maar zo: wie kinderen misbruikt, moet op de blaren zitten. Daar doe ik niet moeilijk over.’
‘Ik misbruik geen kinderen!’
‘Maar wat komt u dan doen?’ De buurvrouw laat haar blik langzaam over me heen glijden, alsof ze me nu pas echt ziet staan. Ineens begrijp ik waarom Boris bang voor haar is. Eerder zag ik dat als een algemeen gegeven, allicht dat hij bang was, ongeacht waarvoor: dat had hij van mij. Maar iets in de manier waarop de buurvrouw haar gewicht van de ene op de andere paarse Croc verplaatst, maakt dat ik me ongemakkelijk voel. Ongemakkelijker dan normaal, bedoel ik. Zo onopvallend mogelijk voel ik aan mijn vetrollen en probeer in te schatten of ik niet toch door het toiletraampje zou passen.

‘Ik...’ begin ik.
‘Nee, wacht, niets zeggen! Ik weet zeker dat ik u ergens van ken!’
‘Ik ben –’
‘Van de televisie! Die ene kerel, die aan de deur komt om te vragen of je ruzie hebt met iemand. En of je daar dan mee uit eten wilt. Nou, je kunt beter vragen met wie ik geen ruzie heb onderhand!’
‘O, ja?’ Ik slik.
‘Ik moet zeggen, met m’n broer gaat het de laatste tijd best aardig,’ zegt ze bedachtzaam. ‘Maar dat komt vooral doordat ik hem al drie jaar niet gezien heb. Wat gaan we eten?’
‘Eten?’ Ik zie de oogbollen van mijn buurvrouw – die door de vrouw die hier nu voor me staat is vastgebonden aan een keukenstoel, dus toch – in een pan vette bouillon drijven.
‘Ja, ziet u, ik wil natuurlijk niet lastig zijn voor de televisie, maar ik heb het aan m’n darmen, hè. Daar moet ik echt een beetje rekening mee houden, anders kom ik de komende week niet meer van de plee af, haha. Of moet ik daarvoor niet bij u zijn? Wilt u dat ik een lijstje maak met wat ik niet mag hebben? Wacht, dan moet ik effe –’
‘Ik ben niet van de televisie,’ onderbreek ik haar. Esmee zou zo trots op me zijn, als ze me nu zou kunnen zien. Hoe ze dan keek, de weinige momenten dat ze trots op me was. ‘Ik ben... ik woon hiernaast.’
‘Hiernaast?’ vraagt de vrouw teleurgesteld. ‘Hiernaast hiernaast? Of aan de andere kant?
‘Eh, hiernaast.’
‘Op nummer 14? Maar daar woont toch die ene vrouw, kom, hoe heet ze ook al weer. Esther? Esmeralda? Estelle?’
‘Esmee?’ Het is fijn om haar naam weer eens hardop tegen iemand uit te spreken, ook al is ze het dan niet zelf.
‘Esmee! Ik wist dat het een naam met een S was.’
‘Esmee is met een E.’
‘Wat weet u daar nu van?’
‘Ik woon daar ook.’
‘Met die Esmee?’ Ze neemt me wantrouwend op. ‘Ik heb jullie nog nooit samen gezien.’
‘Nee. Niet meer.’
‘Nu u het zegt, ik heb haar sowieso al een tijdje niet meer gezien.’
‘Dat kan kloppen.’

Klonk dat neutraal genoeg? Iets te grimmig misschien? Straks denkt ze nog dat ik er iets aan kon doen. Erger nog, straks denkt ze nog dat ik er iets aan kon doen en dat dat een band schept tussen ons. Ik zie voor me hoe ze een stuk ducttape afscheurt met haar tanden en dat op de mond van de buurvrouw plakt, en meteen daarna hoe ik... Nee. ‘Jij kan helemaal niet zonder mij,’ zei Esmee. Hoe ze toen keek, dat zal ik me altijd kunnen herinneren. Ze had gelijk, absoluut, maar dat wil toch nog niet zeggen dat ik nu mijn huis niet meer in mag? Dit moet afgelopen zijn.
‘Ik kom de sleutel halen,’ zeg ik ferm.
‘De sleutel?’ vraagt de vrouw.
‘De reservesleutel van mijn huis. Esmee heeft die aan u in bewaring gegeven.’
‘Echt waar? Och, dat weet ik niet meer, hoor. Maar kom toch binnen!’ roept ze uit.
‘Waarom?’ vraag ik verschrikt.
‘U hebt zulke mooie ogen.’

21.1.13

Gedichtenbal

En een van de 'vele anderen' waar de poster het over heeft ben ik! Ik zal te horen zijn bij de Silent Poetry, 'een voordrachtsmarathon van 30 dichters die voordragen uit eigen werk'. Het publiek kan een koptelefoon opzetten en meeluisteren. Uitgebreide informatie over het programma vind je hier.

10.12.12

DUF

Dit is een van de geweldige illustraties bij het verhaal dat ik schreef voor DUF, getekend door Marjolein Schalk.

DUF is 'een 300 pagina's dik, spetterend boektijdschrift voor de nieuwsgierige screenager van nu', volgens bladendokter Rob van Vuure in de Volkskrant een 'creatieve clusterbom' en 'het leukste en grapdichtste tijdschrift van Nederland'.

Hoe word je wijs uit de (media)waan van de dag? is het thema van deze derde editie. Een minigreepje uit de inhoudsopgave: 'Zo word ik dictator (en topverkoper)', 'Waar halen ze dat bizarre celebritynews vandaan?', 'Hoe kan internet mensen redden?', 'Ontmoet een kinderlokker' en 'Demoniseren kun je leren'. En dus de rubriek 'Verkeerd verzonden', waarvoor Ivo Victoria, Willem Claassen, Maartje Wortel, Niña Weijers en ik ieder een verhaal schreven.

Je blijft erin bladeren, beloofd. Bestellen? Dat kan bij de betere boekhandel, en ook  hier of hier.

25.7.12

Dichters in de Prinsentuin

Het is wat stil hier, maar in het echt valt dat wel mee.

25/26/27 juli vindt in Groningen de vijftiende editie plaats van Dichters in de Prinsentuin. In 2009 mocht ik er al eens staan, en komende vrijdag zal ik opnieuw in de loofgangen te vinden zijn.

3.11.11

Vorige week woensdag dus Onbederf’lijk Vers in Nijmegen. Fijne avond gehad in Café De Opera, waar ik optrad met Saskia de Jong en Gerrit Vennema. Er was niet zo veel publiek, maar het publiek dát er was, was heel aandachtig. Twee jaar geleden was er duidelijk meer subsidie beschikbaar, want toen kregen alle talenten ook een hotelovernachting in Nijmegen aangeboden. Helaas moesten we nu het festival bijtijds verlaten om de laatste trein te kunnen halen.

Op Ugenda, de ‘uitgaansagenda voor Arnhem en Nijmegen’, staat een verslag over het festival. Ook onze locatie werd bezocht. Over mij staat er:

Als tweede spreker is Nicole Teunissen aan de beurt. Zij schrijft niet alleen poëzie, maar ook proza en ‘nog iets wat daar tussenin zit’. Na een aantal gedichten leest zij zo’n tekst voor, een handleiding voor het om zeep helpen van een goede relatie. Ze weet de harten van het publiek tenslotte te stelen door af te sluiten met een gedicht over blozende sprekers.
[...]
Voor wie de behoefte heeft een avondje rustig in zijn comfortabele luie stoel diepgaande gedichten te analyseren en daarnaast de nodige pijn in zijn brein niet schuwt, is het werk van met name De Jong en Vennema uitermate geschikt. Maar voor een avondje poëzie in de pub is het werk van beiden toch een tikkeltje ontoegankelijk en weet alleen Teunissen het nog enigszins luchtig te houden.

Nu klinkt het net alsof Saskia en Gerrit onbegrijpelijk stonden te wauwelen, terwijl ik allerlei uiterst toegankelijke gedichtjes oplas. Dat viel, naar mijn mening, allemaal reuze mee!

Het complete verslag van Ugenda is hier te lezen.

Afgelopen woensdag deed ik voor de tweede keer mee aan de U-slam. Andere deelnemers waren: Maarten Beemster, Philip Meersman, Amber Helena Reisig, Tifene Huchet, Jolies Heij, Marloes Robijn en Gideon Borman. Maarten en Marloes bleken ook meegedaan te hebben aan Onbederf'lijk Vers, dat was wel grappig. Helaas bleef het dit keer voor mij bij een ronde. Het publiek stemde Maarten en Tifene door, en de jury koos voor Philip en Amber Helena. Wel jammer natuurlijk, ik had graag meer willen laten horen. Het past niet bij mij en mijn poëzie om schreeuwend door de zaal te benen of demonstratief een sigaret rokend op het podium te staan, dus ik ga dat ook zeker niet doen, maar de jury leek gisteravond geneigd te kiezen voor de wat expressievere mensen. Dat mag natuurlijk, maar het was wel in mijn nadeel dat het wat meer over 'vorm' dan over 'inhoud' leek te gaan gisteravond. Gelukkig wel mooie reacties gehad vanuit het publiek, van mensen die ook graag meer hadden willen horen. Een andere keer misschien!
Na de tweede ronde koos het publiek voor Tifene (al had ze maar een paar stemmen meer dan Maarten) en de jury voor Philip. De finalebattle was weer leuk om naar te kijken. De jury gaf Philip iets hogere cijfers dan Tifene, maar het publiek sprak en hielp Tifene met een overgrote meerderheid van stemmen aan de overwinning.

13.10.11

Onbederf'lijk Vers


Leuk nieuws: net als in 2009 mogen Marleen en ik meedoen aan Onbederf'lijk Vers Nijmegen! Dit jaar is het festival op 26 oktober. De line-up van de 'gevestigde dichters' is inmiddels bekend, we hebben nog niet gehoord bij wie wij ons aan zullen sluiten.

12.10.11

Beiden

(dialoog, uitgevoerd op de Vorlesebühne)

A: Ze zou het helemaal niks vinden, hè. Als ze het zou weten.

B:Wat?

A: Dit. Alles. Dat het over haar gaat. Ze heeft nooit graag over zichzelf gesproken. Vroeger al niet.

B: Oja. Dat heeft ze wel eens gezegd. Waarmee ze het in feite toch over zichzelf had, ook al zei ze dan alleen dat ze het niet over zichzelf wilde hebben.

A:In de klas wilde ze ook nooit iets vertellen. In de kring met al die andere kindjes, dat vond ze echt verschrikkelijk. Het kon haar niets schelen dat dingetje weer met zoveel tegen nul had gewonnen met voetbal en dat die-en-die weer eens bij haar oma op bezoek was geweest.

B: Het kon mij ook nooit veel schelen wat die anderen gedaan hadden, als ik zelf maar aan het woord kwam. Juhuf, ik ben met papa naar een winkel gegaan en daar hadden ze heel veel dingen, spijkers enne hamers en zo, en allemaal wc’s, maar daar mocht je niet op, en daarna hebben we een ijsje gegeten... Niet te houden was ik.

A: Zij vertelde gewoon niks. Ook niet als de juf het vroeg.

B: De kleuter die een mysterie wilde blijven.

A: Nee. Meer dat ze zich erover verbaasde dat de anderen per se zulke saaie dingen wilden vertellen, telkens opnieuw.

B: Arrogant dus. Wat maakte zij dan wel niet allemaal mee?

A: Niet veel. Dat was het nu juist. Ze kon zich niet voorstellen dat iemand haar graag hoorde spreken.

B: Of was ze juist bescheiden? Vreemd, dat het moeilijk kan zijn om het verschil te zien tussen twee zo verschillende eigenschappen. Dachten ze niet dat er iets mis met haar was?

A: Omdat ze niet veel zei? Mwoah, dat is meer iets van de laatste jaren. Dat kleintje van mijn buurvrouw ook, joh. Autisme dit, sociale stoornis dat. Vroeger noemden ze dat gewoon ‘een beetje verlegen’.

B: Introvert.

A: Hm?

B: Je moet het introvert noemen, in plaats van verlegen. O, dat betoog ken je toch wel? Dat heeft ze zo vaak gehouden. Als je verlegen bent, durf je niks te zeggen. Als je introvert bent, durf je op zich wel te praten, maar zie je er het nut niet van in. Extraverte mensen halen hun energie uit contacten met anderen, introverte mensen halen hun energie uit zichzelf en raken dus al snel overprikkeld wanneer ze gedwongen worden intensief met anderen om te gaan, blablabla (gaapt).

A: Je kunt niet moe zijn! Jij bent een typische extravert!

B: Ja, ik laad mezelf echt op door dit intensieve contact met jou. Sorry, hoor. Slecht geslapen. Weet je nog dat we toen in Londen een hotelkamer gedeeld hebben? Ik moest er vannacht de hele tijd aan denken hoe zij altijd meteen in slaap viel. Soms vlak nadat we nog met elkaar gepraat hadden. Dan had ik na een paar minuten iets bedacht wat ik nog wilde zeggen en dan gaf ze al geen antwoord meer.

A: Jij bedenkt altijd nog wel iets wat je nog wilt zeggen. Daar kon ze natuurlijk niet op wachten.

B: Nee, ik denk dat zij die schemertoestand gewoon oversloeg. Ik lig altijd eerst nog een poosje te denken en te draaien, maar bij haar leek het wel een besluit. Oké, ze ging slapen, welterusten. En dan was ze vertrokken.

A: Jij putte haar gewoon uit.

B: Ik putte haar niet uit. Ze vond het geweldig in Londen!

A: Dat heeft er toch niks mee te maken. Ze vond het met mij op Texel ook hartstikke leuk.

B: Maar niet zo leuk als met mij in Londen.

A: Wat weet jij daar nou van?

B: We zouden het haar zelf moeten vragen.

A: Alsof we daar ooit antwoord op zouden krijgen.

B: Je kan het gewoon niet hebben dat ze dan zou antwoorden dat ze Londen leuker vond.

A: Moeten we eigenlijk ook muziek?

B: Praat er maar weer overheen.

A: Ik probeer tenminste iets te organiseren hier. Moeten we ook muziek?

B: Kan.

A: Afscheid nemen bestaat niet.

B: Alsjeblieft zeg. We moeten iets draaien wat echt bij haar past.

A: Wat dan? Bert en Ernie met ‘Ik ben een kerstbal’? Veel te infantiel. Dat kan echt niet.

B: Waarom niet? Als dat haar typeert.

A: Kom op, Bert en Ernie! Een gele en een oranje pop, de een heeft een paperclipfetisj, de ander een innige relatie met een rubbereendje.

B: Je weet er verdacht veel van. Over infantiel gesproken.

A: Geen muziek dus?

B: Nu doe je het weer! Maar mij best, geen muziek. Maar wat dan wel?
A: We kunnen van alles doen. Jij kunt gaan koorddansen, ik kan jou doormidden zagen. Misschien kan die hond van Jaap ook nog iets leuks. Door een hoepel springen of zo. Weet ik veel.

B: Het is geen circus.

A: Jij begon. O, dit wil ze allemaal vast niet.

B: Dit zou ze allemaal vast niet gewild hebben, bedoel je.

A: Dat zeg ik.

B: Nee, jij zei: ‘wil ze vast niet.’

A: Dat van jou klinkt dan ook meer alsof er iemand dood is.

B: Daar lijkt het anders wel op.

A: Dat wil ik niet.

B: Ik wel zeker.

A: Lijkt me niet, nee.

B: Nou dan.

A: Nou dan.

(stilte)

B: Weet je, het is trouwens best literair verantwoord, hoe we hier zitten. Zoals in dat ene toneelstuk. Als iemand dit zou zien, zou hij geen idee hebben over wie het gaat. En of ze nog komt.

A: Dat doen we! Je bent briljant.

B: Mee eens, maar vanwaar ineens dit inzicht?

A: Ik neem alles terug. Ze zou het helemaal niks vinden, hè.

B: Dat heb je al gezegd.

A: Stil! Ik leer mijn tekst.

17.5.11

Meisje 1: Ik zou best eens voor de rechtbank willen verschijnen.
Meisje 2: O nee, ik niet hoor.

2.4.11

Toen iemand zei dat ik goede werken had, bedoelde hij vast niet dat de Bijbel mijn lievelingsboek was.

3.12.10

Hij schreef: ‘Volg je hard.'
Ze hoopte dat haar taal over datum was. 
Dat hij bedoelde: ‘Ik begrijp je helemaal, wat vervelend voor je.’ 
Respect. 
Zoiets. 
Het deed niet alleen pijn aan haar ogen. 

22.10.10

Gedicht en Beeldprijs II

Helaas hebben we niets gewonnen bij de Gedicht en Beeldprijs vorige week. Het was wel een erg leuke avond, met een rondleiding langs alle kunstwerken en presentaties van de verschillende kunstenaars.

Alle kunstwerken zijn momenteel te zien in de nieuwe bibliotheek in Almere. 6 november a.s. worden de kunstwerken geveild. Ook wordt dan de publieksprijs uitgereikt. Om te stemmen kun je een e-mail sturen naar gedichtenbeeld@denieuwebibliotheek.nl met als onderwerp 'Publieksprijs'. Vermeld het nummer en de titel van het werk van je keuze (tip: nr. 15, Woorden van troost) en je eigen gegevens.

Hier vind je meer informatie over de veiling en kun je alle kunstwerken en gedichten bekijken.

14.9.10

Gedicht en Beeldprijs Almere

Marleen en ik zijn met ons (eerste) literaire handwerk Woorden van troost genomineerd voor de Gedicht en Beeldprijs Almere. Marleen schreef het gedicht en ik maakte het beeld.

Detail uit Woorden van troost
Op de prijsuitreiking op 13 oktober presenteren we samen met de andere genomineerden ons werk. Na de prijsuitreiking is er een tentoonstelling in de bibliotheek in Almere Stad en een paar weken later worden de kunstwerken geveild.


Meer informatie vind je op www.gedichtenbeeld.nl

14.8.10

Gehoord

Dit is een bericht voor ***. Uw vrouw is achtergebleven op Amsterdam Centraal. U wordt verzocht op Amsterdam Amstel uit te stappen. Uw vrouw zal de eerstvolgende trein naar Amsterdam Amstel nemen. Ze is boos.

8.8.10

Je had erbij moeten zijn

Dat er een meisje in de Hema was dat bijna naar de brugklas ging. Dat ze daar was met haar vader om spullen te kopen. Hoe fijn het moet zijn om dat met je vader te kunnen doen. Ook als je vader niet zo goed Nederlands spreekt, maar er wel voor zorgt dat het allemaal goed komt, door een medewerkster van de Hema zo ver te krijgen dat zij de lijst met dingen die je in de brugklas nodig hebt voorleest, afstreept. Dat je vader dan vraagt of je die multomap mooi vindt, die met die bloemen en dat je die dan haast wel mooi moet vinden. De opluchting als dat ook echt zo is. De angst of anderen dat ook wel zullen vinden. De twijfel of je dat wel echt vindt, of dat je dat alleen maar graag wil vinden, zodat het Hemameisje door kan naar het volgende punt, ‘gekleurde tabbladen’.

Of jij ook ieder jaar minder nodig had, omdat je bepaalde dingen nog over had, omdat je andere dingen die op die lijst stonden toch nooit gebruikte. Of jij het ook de allereerste keer het leukst vond.

Dat de nieuwe boodschappenmandjes die jij zo vervelend vindt, die op wieltjes, heel goed te gebruiken zijn als je kind in de buggy zit. Die kan dan namelijk dat mandje op wieltjes vasthouden, waardoor de vader maar een ding hoefde te duwen.

Of jij ook nog steeds kinderen wilt. Of je denkt dat onze kinderen zullen gaan krijsen als ze die ene koekjes, die ene toetjes, die ene gekleurde hagelslag niet mogen hebben. Of jij dat weleens gedaan hebt.

Dat de vrouw achter mij in de rij bij de supermarkt zei: ‘O, ik dacht dat je bij die andere kassa zou gaan.’ Dat ze daarmee volgens mij bedoelde: ga jij nu alsnog eens even opzij, naar die kassa waar ze ook sigaretten en buskaarten en beltegoed verkopen, die vervelende kassa waar ze geen lopende band hebben, want dan kan ik mijn boodschappen hier vast kwijt. En dat ik toen zei: ‘Nou, ik sta nu al hier’ en zij weer: ‘Maar ik heb heel weinig – ik bedoel, heel veel.’ En dat ik toen al aan de beurt was. Dat ik me afvroeg: verwachtte je nu werkelijk dat ik je voor zou laten?

Of jij mij assertief vindt, of dat ik misschien ook die cursus moet gaan doen. Of je erbij geweest had willen zijn, niet omdat het nu allemaal zo interessant, maar omdat het met mij was.

Dat ik eigenlijk vind van wel.

19.7.10

Van die momenten waarop ik volwassen zou kunnen zijn

- Als ik sta te strijken.
- Als ik sta te strijken en als het dan helpt. Niet speciaal tegen kreukels, maar omdat het op aaien lijkt.
- Als ik weet dat je het desondanks niet direct op je eigen lijf moet proberen.
- Als ik het dan toch vrij direct op mijn eigen lijf probeer. Iets met handelingsbekwaam of zo.
- Als ik op het aanrecht klim, in plaats van dat iemand me erop moet tillen.
- Als ik eindelijk op het aanrecht zit en als niemand dan zegt wat er moet gebeuren.
- Als ik me meen te herinneren dat je brandwonden minstens tien minuten moet koelen onder lauw stromend water.
- Als ik begrijp dat ik hoe dan ook nooit zo hard zal kunnen huilen dat het als ‘stromend’ gekwalificeerd kan worden.
- Als ik kan stoppen met huilen zonder dat iemand zegt dat dat moet.
- Als ik ervan overtuigd ben dat ik heus wel zou kunnen stoppen met huilen zonder dat iemand zegt dat dat moet.
- Als dat dan toch niet lukt.
Dan niet.

18.7.10

Zo maakt u het

Men neme het feit dat zinnen die beginnen met ‘men neme’ klinken alsof iemand weet hoe het moet.
Men neme dus iets moeilijks. Een beproeving, maar in deze vorm beproefd.
Men neme een vraag.
Het gaat altijd goed.

26.4.10

Telefoons en verhalen

Ik belde om je te troosten, vandaar
dat je mij aan het troosten bent.

'Wij gaan ook zo'
is het enige wat ik kan bedenken
maar wie nu nog durft te beweren
dat het leven een feestje is
zou zomaar eens gewurgd kunnen worden
met die zogenaamde slingers.

Laat dat ophangen maar
aan mij over.